Plat Assers En Neler

De dialecten van As en Niel behoren tot het Maaskempens, net zoals o.a. het Neeroeters, het Brees en het Meeuwers. Deze streektalen sluiten nauw aan bij het Maaslands, maar onderscheiden zich hiervan door de “ontronding”. Deze taalevolutie heeft ervoor gezorgd dat we in As spreken van “vael beek ieëver pèt” i.p.v. “väöl beuk uuëver pöt” (vele boeken over potten).
Deze ontronding gaat in Niel (“uich uwt de duuës”) iets verder dan in As ("ouch ówt de doeës”).
In het Assers is de tonaliteit sterk behouden gebleven. Dit verschijnsel is pas in de 14° eeuw ontstaan, voor de meervoudsvorming en om gelijkluidende woorden van elkaar te onderscheiden. Terwijl een bal in het Nederlands zowel een rond voorwerp als een dansfeest kan zijn, krijgt het woord in het Assers in het eerste geval een sleeptoon, in het laatste een stoottoon. Bijgevolg maakt het dialect een zangerige indruk bij de buitenstaander.
Ook de umlaut of klankverschuiving wordt in het Assers courant toegepast, bv. bij de meervoudsvorming of de vervoeging van het werkwoord: boum-beim / ich spraek-dich spriks.
Een ander taalkundig verschijnsel is de naslag, die aan de woorden een gerekte klank geeft: miele (molen) wordt zo mieële.

Unless otherwise stated, the content of this page is licensed under Creative Commons Attribution-ShareAlike 3.0 License